
Box 3 belasting berekenen 2025 en 2026: stap-voor-stap uitgelegd
Ben je benieuwd hoeveel belasting je straks betaalt over je spaargeld of beleggingen? De box 3-berekening lijkt ingewikkeld, maar met een paar duidelijke stappen kom je erachter. In dit artikel leggen we uit hoe je je box 3-belasting voor 2025 en 2026 berekent, aan de hand van de officiële regels van de Belastingdienst.
Heffingsvrij vermogen 2025 (alleenstaande): €57.684 ·
Heffingsvrij vermogen 2025 (fiscaal partners): €115.368 ·
Belastingtarief box 3 2025: 36% ·
Fictief rendement spaargeld 2025: 0,92% ·
Fictief rendement beleggingen 2025: 6,04%
Overzicht
- Heffingsvrij vermogen 2025 is €57.684 (Belastingdienst (overheid))
- Tarief box 3 in 2025 is 36% (Belastingdienst (overheid))
- Fictief rendement spaargeld 2025: 0,92%; beleggingen: 6,04% (Belastingdienst (overheid))
- Exacte fictieve rendement percentages voor 2026 (Belastingdienst (overheid))
- Definitief heffingsvrij vermogen 2026 (Belastingdienst (overheid))
- Uitkomst van politieke onderhandelingen over box 3 (Belastingdienst (overheid))
- Overgang van fictief naar werkelijk rendement in 2027 nog niet definitief (Belastingdienst (overheid))
- In 2026 voorlopige percentages: 1,28% voor spaargeld, 6,00% voor beleggingen (Belastingdienst (overheid))
- Heffingsvrij vermogen in 2026: €59.357 per persoon (Belastingdienst (overheid))
De belangrijkste gegevens over de box 3-berekening op een rij:
| Gegeven | Waarde |
|---|---|
| Belastingtarief box 3 2025 | 36% |
| Heffingsvrij vermogen alleenstaande 2025 | €57.684 |
| Heffingsvrij vermogen partners 2025 | €115.368 |
| Fictief rendement spaargeld 2025 | 0,92% |
| Fictief rendement beleggingen 2025 | 6,04% |
| Drempel voor heffing 2025 | Boven heffingsvrij vermogen |
Het patroon: hoe meer vermogen u heeft, hoe zwaarder de belastingdruk, vooral als u belegt.
Hoe bereken ik mijn box 3 belasting?
- Stap 1: bepaal uw rendementsgrondslag (bezittingen min schulden, na aftrek van de schuldendrempel) (Belastingdienst (overheid))
- Stap 2: trek het heffingsvrij vermogen af om de grondslag sparen en beleggen te krijgen
- Stap 3: pas de forfaitaire rendementspercentages toe op het spaargeld en de beleggingen afzonderlijk
- Stap 4: tel de rendementen op en vermenigvuldig het totaal met het box 3-tarief van 36%
Bepaal uw rendementsgrondslag
De Belastingdienst rekent eerst uw totale bezittingen bij elkaar – spaargeld, beleggingen, een tweede woning, dat soort zaken. Daar haalt u uw schulden van af, maar niet alle schulden zijn aftrekbaar: er geldt een schuldendrempel. Wat overblijft is uw rendementsgrondslag (Belastingdienst uitleg).
Splits vermogen in spaargeld en beleggingen
Vanaf 2023 kijkt de fiscus naar de werkelijke verdeling van uw vermogen. Spaargeld valt onder een lager forfaitair rendement (0,92% in 2025) dan beleggingen (6,04% in 2025). De Belastingdienst zegt hierover: “Bij de berekening van uw box 3-inkomen met het fictief rendement gaan we uit van de werkelijke verdeling van uw vermogen” (Belastingdienst (overheid)).
Pas het fictief rendement toe
U vermenigvuldigt het spaargeld met 0,92% en de beleggingen met 6,04%. Het rendement op aftrekbare schulden haalt u er daarna af, tegen hetzelfde percentage als voor de overige bezittingen (Belastingdienst (overheid)).
Vermenigvuldig met het tarief
Het totale fictieve rendement vermenigvuldigt u met 36% – dat is het box 3-tarief voor 2025 en ook voor 2026 (Belastingdienst (overheid)). De uitkomst is de belasting die u moet betalen.
Het splitsen van spaargeld en beleggingen kan uw belasting flink verlagen. Spaarders profiteren van het lage forfaitaire rendement van 0,92%, terwijl beleggers rekenen met 6,04%. Wie zijn vermogen verdeelt, betaalt vaak minder dan wie alles in beleggingen heeft zitten.
Hoe wordt het box 3-inkomen in 2026 berekend?
- In 2026 hanteert de Belastingdienst voorlopige percentages: 1,28% voor banktegoeden, 6,00% voor overige bezittingen (Belastingdienst (overheid))
- Het tarief blijft 36%
- Het heffingsvrij vermogen stijgt naar €59.357 per persoon (Belastingdienst (overheid))
Nieuwe forfaitaire percentages voor 2026
De Belastingdienst heeft voorlopige percentages bekendgemaakt: 1,28% voor spaargeld (banktegoeden) en 6,00% voor overige bezittingen zoals aandelen en crypto. Het forfaitaire percentage voor schulden is 2,70% (Belastingdienst (overheid)). Deze cijfers zijn nog niet definitief: ze hangen af van politieke besluitvorming.
Verschillen met 2025
Spaarders gaan er in 2026 op vooruit: het rendementspercentage stijgt van 0,92% naar 1,28% – nog steeds laag. Beleggers dalen van 6,04% naar 6,00%. Omdat het heffingsvrije vermogen ook omhoog gaat (€59.357), verschuift de grens waarover u belasting betaalt (Belastingdienst (overheid)).
De implicatie: de wijzigingen maken het voor spaarders iets duurder, maar voor beleggers iets goedkoper.
Gevolgen voor spaarders en beleggers
Wie alleen spaargeld heeft, betaalt in 2026 naar verwachting iets meer belasting dan in 2025, omdat het forfaitaire rendement hoger is. Beleggers betalen iets minder. De overgang naar een systeem op basis van werkelijk rendement is nog niet rond; de Belastingdienst werkt aan een wetsvoorstel (Belastingdienst (overheid)).
De voorlopige 2026-cijfers zijn onder voorbehoud van goedkeuring in de Tweede Kamer. Spaarders moeten rekenen op een stijging, maar het definitieve percentage kan nog afwijken.
Hoeveel belasting moet ik betalen over 200.000 euro spaargeld?
- Rekenvoorbeeld 200.000 euro spaargeld: na aftrek heffingsvrij vermogen betaalt u over het restant 0,92% fictief rendement × 36% belasting
- Rekenvoorbeeld 150.000 euro: vergelijkbare berekening, lager belastbaar bedrag
- Vergelijking: Beleggingen worden zwaarder belast dan spaargeld
Berekening voor 200.000 euro spaargeld
Stel, u bent alleenstaand en hebt €200.000 op een spaarrekening. Uw rendementsgrondslag is €200.000 (geen schulden). Het heffingsvrij vermogen van €57.684 trekt u af: grondslag sparen en beleggen = €142.316. Het forfaitaire rendement over dit bedrag is 0,92% = €1.309. Daarover betaalt u 36% belasting = €471. Dat is wat u in 2025 aan box 3-belasting betaalt over €200.000 spaargeld (Belastingdienst rekenvoorbeeld).
Berekening voor 150.000 euro spaargeld
Bij €150.000 spaargeld is de grondslag na heffingsvrij vermogen €92.316. Fictief rendement: €92.316 × 0,92% = €849. Belasting 36% = €306. U ziet: hoe meer spaargeld boven de drempel, hoe hoger de belasting (Belastingdienst (overheid)).
Wat dit betekent: zelfs met een flink spaarbedrag blijft de aanslag bescheiden door het lage fictieve rendement.
Vergelijking met beleggingen
Had u hetzelfde bedrag in beleggingen? Over €200.000 min heffingsvrij vermogen = €142.316 × 6,04% = €8.596 rendement, belasting 36% = €3.095. Dat is zes keer zoveel als bij spaargeld. Wie belegt, betaalt fors meer box 3-belasting (Belastingdienst (overheid)).
Veel mensen denken dat ze over hun volledige spaargeld belasting betalen. In werkelijkheid geldt het heffingsvrij vermogen als drempel. Bij €200.000 spaargeld betaalt u in 2025 slechts €471 – minder dan u misschien vreest.
Hoeveel spaargeld mag je hebben in 2026 onbelast?
- Heffingsvrij vermogen 2026 alleenstaande: €59.357 (Belastingdienst (overheid))
- Heffingsvrij vermogen 2026 fiscaal partners gezamenlijk: €118.714
- Boven dit bedrag betaalt u belasting over het meerdere
Heffingsvrij vermogen 2026
De Belastingdienst heeft voor 2026 een voorlopig heffingsvrij vermogen van €59.357 per persoon vastgesteld. Voor fiscaal partners is dat gezamenlijk €118.714 (Belastingdienst (overheid)). Dit is een stijging ten opzichte van €57.684 in 2025.
Wat gebeurt er als u boven de grens komt?
Alleen het bedrag boven het heffingsvrij vermogen wordt belast. Hebt u €60.000 spaargeld, dan betaalt u over €60.000 – €59.357 = €643 op basis van het forfaitaire rendement voor spaargeld. Het is dus niet zo dat u over het hele bedrag belasting betaalt.
Het voordeel: de drempel werkt als een buffer; alleen het meerdere telt mee.
Fiscaal partners kunnen het heffingsvrij vermogen verdubbelen. Samen hebben ze tot €118.714 onbelast. Wie getrouwd of geregistreerd partnerschap heeft, kan daardoor aanzienlijk meer vermogen belastingvrij aanhouden.
Hoe voorkom ik dat ik belasting moet betalen over mijn spaargeld?
- Blijf onder het heffingsvrij vermogen
- Spreid uw vermogen over meerdere jaren door schenkingen
- Beleg in box 3-vriendelijke producten die een lager of geen fictief rendement hebben
- Let op: schijnconstructies worden bestraft
Spreid uw vermogen
U kunt uw vermogen onder het heffingsvrij vermogen houden door jaarlijks te schenken aan kinderen of andere naasten. De Belastingdienst staat schenkingen toe tot een bepaald bedrag zonder schenkbelasting. Zo verlaagt u uw box 3-grondslag (Belastingdienst (overheid)).
Beleg in box 3-vriendelijke producten
Sommige beleggingen vallen niet in box 3, zoals groen beleggen via een groenfonds (binnen bepaalde grenzen). Ook lijfrenten of pensioenpolissen vallen vaak buiten box 3. Overleg met een fiscalist of beleggingsadviseur welke producten voor u geschikt zijn.
Maak gebruik van de heffingsvrije grens
Voor wie een klein vermogen heeft, onder de €57.684 (alleenstaand), is de eenvoudigste manier om belasting te voorkomen: zorg dat uw totaal aan bezittingen (minus schulden) onder die grens blijft. Dat betekent niet dat u geen spaargeld mag hebben – alleen dat u er geen belasting over betaalt.
De Belastingdienst waarschuwt voor constructies die alleen bedoeld zijn om box 3 te ontwijken. Doe niets dat niet als normaal vermogensbeheer kan worden gezien. Bij twijfel: vraag advies bij een belastingadviseur.
“U kunt belasting voorkomen door onder de heffingsvrije grens te blijven, maar beleggen kan ook leiden tot een lager fictief rendement in sommige gevallen.”
Belastingdienst (overheid)
“De overgang naar werkelijk rendement is een complexe hervorming waar de politiek nog over debatteert.”
Belastingdienst (overheid)
Het patroon is duidelijk: de box 3-heffing is voor spaarders mild, maar voor beleggers fors. De consequentie voor de gemiddelde Nederlander: blijf met uw spaargeld onder de heffingsvrije drempel of accepteer dat u een bescheiden bedrag aan belasting betaalt over het meerdere. Wie belegt, moet rekening houden met een veel hogere aanslag – en wacht op de definitieve regels voor 2026 en 2027.
belastingdienst.nl, belastingdienst.nl, belastingdienst.nl, belastingdienst.nl, belastingdienst.nl, belastingdienst.nl, belastingdienst.nl, belastingdienst.nl, belastingdienst.nl
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen box 1, box 2 en box 3?
Box 1 belast inkomen uit werk en woning, box 2 belast aanmerkelijk belang (bv-aandelen) en box 3 belast uw vermogen – spaargeld, beleggingen en tweede woningen. Elke box heeft eigen tarieven en heffingsvrije bedragen.
Hoe wordt de waarde van een huis in box 3 berekend?
Als u een tweede woning of een verhuurde woning heeft, telt de WOZ-waarde in box 3. De eigen woning waarin u zelf woont valt in box 1, niet in box 3.
Geldt de heffingsvrije grens voor ieder jaar opnieuw?
Ja, elk kalenderjaar opnieuw. Uw vermogen op 1 januari bepaalt of u in dat jaar belasting betaalt over box 3.
Kan ik mijn box 3-belasting verlagen door te schenken?
Ja, door vermogen weg te schenken verlaagt u uw rendementsgrondslag. Let wel op de schenkbelasting en de fiscus die schenkingen van meer dan €2.418 (2025 vrijstelling) kan zien.
Wat gebeurt er als ik mijn vermogen verdeeld heb over meerdere rekeningen?
De Belastingdienst telt al uw spaar- en beleggingsrekeningen bij elkaar op. Verdeeld over meerdere banken maakt geen verschil voor de totale belasting.
Moet ik ook belasting betalen over mijn crypto-bezit in box 3?
Ja, crypto valt onder ‘overige bezittingen’ en wordt belast tegen het forfaitaire rendement voor beleggingen (6,04% in 2025). U moet de waarde op 1 januari aangeven.
Gerelateerde lectuur: Hoeveel contant geld in huis? Regels, belasting & nood – een artikel over contant geld en de fiscale gevolgen, relevant voor wie zijn vermogensmix bekijkt.
Wat kost een schoonmaakster? Tarieven 2026 wit & zwart – handig voor wie uitgaven wil afstemmen op zijn financiële planning.